Sjef is nu drie weken bij ons. Een lief, gezellig hondenvriendje dat ons nu al ontzettend veel brengt. En tegelijkertijd ook het een en ander teweeg heeft gebracht.
Het leuke aan Sjef is dat hij precies iets nodig heeft waar ik zelf dagelijks mee bezig ben en waar ik anderen in begeleid: de balans tussen activiteit en herstel.
Een mooie spiegel dus. En stiekem ook een hele leuke manier om daar zelf nóg verder in te finetunen.
Want Sjef is nog een pup en heeft ontzettend veel slaap en herstel nodig. Tegelijkertijd is hij nieuwsgierig, enthousiast en wil hij het liefst overal bij zijn. Nieuwe mensen, nieuwe plekken, spelen, wandelen, geluiden, geuren… alles is nieuw en alles kost energie.
En dat maakt hem eigenlijk een ontzettend duidelijke spiegel.
Want als Sjef te veel prikkels heeft gehad of te weinig heeft geslapen, merken we dat vrijwel meteen. Hij gaat klieren, bijten, rondjes rennen, stopt met luisteren en lijkt soms alleen maar drukker te worden.
Terwijl je in eerste instantie misschien zou denken: hij heeft zeker nog energie over.
Vaak is juist het tegenovergestelde waar.
Hij heeft herstel nodig.
En laat dat nou precies iets zijn wat wij mensen óók heel goed kunnen.
Onrust betekent niet altijd dat je méér moet doen
Als wij moe zijn, worden we namelijk ook niet altijd automatisch rustig.
We kunnen juist onrustiger worden. Sneller geïrriteerd raken. Meer behoefte krijgen aan prikkels. Op onze telefoon blijven scrollen. Nog even iets willen doen. Minder goed luisteren naar wat ons lichaam eigenlijk aangeeft.
Alleen zijn wij een stuk beter geworden in het verbloemen daarvan.
Sjef niet. Als hij overprikkeld is, laat hij dat gewoon zien.
En dus zijn wij nu regelmatig aan het kijken: waarom is hij onrustig? Heeft hij te veel gedaan? Te weinig geslapen? Waren er te veel prikkels? Vragen we op dit moment iets van hem terwijl hij eigenlijk herstel nodig heeft?
Maar er kwam nog iets bij wat ik misschien nog wel interessanter vind.
Hoe wij erbij zitten, heeft óók invloed op hem.
Als wij gehaast of onrustig zijn, merken we dat Sjef daar sneller in meegaat. Zijn wij rustig en duidelijk, dan helpt dat hem ook om makkelijker tot rust te komen.
En ja hoor… Daar was de spiegel weer.
Want hoeveel van jouw onrust neem je eigenlijk mee je omgeving in?
Dat vind ik misschien wel het mooiste aan het observeren van zijn gedrag.
Het maakt me opnieuw bewust van hoeveel invloed onze eigen staat heeft op onze omgeving.
Want wij mensen kunnen heel goed zeggen:
“Nee hoor, gaat prima.”
Ondertussen loop je gehaast door het huis, reageer je kortaf, zit je ademhaling hoog, ben je met drie dingen tegelijk bezig en kan eigenlijk alles en iedereen je nét iets sneller irriteren.
Je zegt dat er niets aan de hand is. Maar je gedrag vertelt iets anders.
En je omgeving pikt daar vaak veel meer van op dan je denkt.
Je partner reageert anders. Je kinderen worden misschien drukker. Een collega voelt dat je korter reageert. En blijkbaar kan zelfs je hond erin meegaan.
Dat betekent natuurlijk niet dat iedere reactie van een ander door jou komt. Maar het is wél interessant om jezelf af en toe de vraag te stellen:
Wat neem ik op dit moment eigenlijk mee een ruimte in?
Herstel is niet alleen nodig als het misgaat
Sjef maakt ons ook weer extra bewust van hoeveel energie sommige dingen kosten.
Een activiteit hoeft namelijk niet vervelend of zwaar te zijn om energie te kosten.
Een leuke middag kan energie kosten. Nieuwe mensen ontmoeten kost energie. Sporten kost energie. Een dag vol afspraken kan hartstikke leuk zijn en tóch herstel vragen.
En dat is iets wat we bij onszelf soms vergeten.
We denken bij herstel al snel aan iets wat nodig is wanneer we moe zijn, slecht slapen, gestrest zijn of klachten krijgen.
Terwijl ik het juist interessant vind om eerder te kijken.
Niet wachten tot je lichaam heel hard om herstel vraagt, maar gedurende de dag blijven schakelen tussen activiteit en herstel.
Niet omdat er iets mis is.
Maar juist om te zorgen dat het goed blijft gaan.
Dat is ook hoe ik zelf naar gezondheid kijk. Niet pas iets veranderen wanneer er een probleem ontstaat, maar blijven observeren en finetunen.
Wat kost mij op dit moment energie? Waar krijg ik energie van? Hoe reageert mijn lichaam? Wat heb ik vandaag nodig? En past wat ik doe daar eigenlijk nog bij?
Dus ja, Sjef leert een hoop
Officieel zijn wij natuurlijk degenen die hem moeten opvoeden. Maar ik heb zo’n vermoeden dat dat andersom net zo goed gaat gebeuren.
Hij maakt ons weer bewuster van rust. Van herstel. Van onze eigen energie. En van hoeveel invloed je gedrag kan hebben op de omgeving om je heen.
En misschien vind ik dat nog wel het mooiste.
Dat je niet altijd een probleem nodig hebt om iets over jezelf te leren.
Soms hoef je alleen maar iets beter te observeren.
Jezelf. Je gedrag. Je omgeving.
Of in ons geval:
een kleine rode pluizenbol die haarfijn laat zien wanneer het tijd is om even wat gas terug te nemen.