De afgelopen week voerde ik meerdere gesprekken met mensen die eigenlijk allemaal ongeveer hetzelfde vertelden: “Ik voel me niet lekker.” “Ik ben moe.” “Ik zit niet goed in mijn vel.” In eerste instantie zou je dan misschien denken: ze doen te veel. Ze moeten rustiger aan doen. Meer herstellen. Minder van zichzelf vragen.
Maar toen ik verder ging vragen, bleek bij meerdere mensen bijna het tegenovergestelde aan de hand te zijn. Ze verveelden zich. Ze werden te weinig uitgedaagd. En misschien nog wel belangrijker: ze waren zichzelf steeds meer gaan afremmen.
Waarom ben je moe terwijl je rustig aan doet?
Moe zijn betekent niet automatisch dat je te veel doet. Soms kan steeds minder doen er juist voor zorgen dat je minder wordt uitgedaagd, minder beweegt en meer ruimte krijgt om bezig te zijn met hoe moe je je voelt.
Als je moe bent, krijg je al snel goedbedoelde adviezen uit je omgeving. “Doe je wel rustig aan?” “Je moet niet te veel willen.” “Pas op dat je niet over je grenzen gaat.” “Je bent waarschijnlijk zo moe omdat je altijd zo druk bent.”
En natuurlijk kan dat kloppen. Als je continu gejaagd door het leven gaat, onvoldoende slaapt en nooit herstelt, gaat je lichaam daar uiteindelijk op reageren. Maar moe zijn betekent niet automatisch dat je te veel doet.
Soms zie ik juist het tegenovergestelde gebeuren. Mensen worden zó voorzichtig met hun energie, dat hun wereld steeds kleiner wordt. Ze werken, komen thuis en doen vervolgens zo min mogelijk. Niet omdat ze daar gelukkig van worden, maar omdat ze bang zijn dat ze anders nóg vermoeider raken.
Dus die wandeling doen ze niet. Ze spreken niet af. Ze gaan niet in de tuin werken. Ze beginnen niet aan dat project waar ze eigenlijk enthousiast van worden. Want: “Ik moet mijn energie bewaren voor morgen.”
Waarom rust nemen niet altijd zorgt voor herstel
Rust nemen en herstellen zijn niet hetzelfde. Je kunt lichamelijk weinig doen, terwijl je hoofd ondertussen hartstikke druk blijft. Herstel gaat daarom niet alleen over hoeveel je doet, maar ook over hoe goed je kunt schakelen tussen inspanning en ontspanning.
Je zit ’s avonds op de bank, maar voelt je helemaal niet ontspannen. Je verveelt je, pakt je telefoon en begint te scrollen. Ondertussen krijgt je hoofd alle ruimte om na te denken over hoe moe je bent, hoe je je voelt en of je morgen de dag wel doorkomt.
Je lichaam doet misschien weinig, maar je hoofd is hartstikke druk.
En vervolgens ga je naar bed. Je hebt weinig gedaan, bent misschien nauwelijks buiten geweest of fysiek actief geweest en zodra het stil wordt begint je hoofd opnieuw. Je ligt wakker, gaat nadenken en de volgende ochtend word je opnieuw moe wakker.
Waarna je misschien nóg voorzichtiger wordt met wat je die dag doet.
Zo kan er een patroon ontstaan waarin je steeds minder gaat doen, terwijl je je helemaal niet beter gaat voelen.
Kun je moe worden van te weinig prikkels en uitdaging?
Ja, te weinig uitdaging kan ervoor zorgen dat je je futloos, verveeld of onrustig voelt. Dat betekent natuurlijk niet dat vermoeidheid altijd door onderprikkeling komt. Maar bij sommige mensen kan steeds minder doen wel bijdragen aan het probleem.
Een mooi voorbeeld hiervan kwam deze week voorbij in een gesprek. Een dame vertelde dat ze het heerlijk vond om in haar tuin te rommelen. Daar werd ze blij van. Lekker bezig zijn, met haar handen werken en buiten zijn.
Maar haar omgeving vond dat eigenlijk te veel voor haar. Ze moest toch juist rustig aan doen?
Dus in plaats van de tuin in te gaan, ging ze vaker op de bank zitten. Scrollen. Niks doen.
En wat gebeurde er? Ze voelde zich slechter.
Dat betekent natuurlijk niet dat het antwoord is om jezelf iedere dag volledig uit te putten. Er zit een enorm verschil tussen jezelf uitputten en jezelf uitdagen.
Tussen gejaagd bezig zijn omdat alles moet en lekker bezig zijn omdat iets je interesseert. Tussen continu over je grenzen gaan en je lichaam en brein voldoende prikkels geven.
We hébben namelijk prikkels nodig. We hebben uitdaging nodig. We hebben dingen nodig die onze aandacht pakken, waar we nieuwsgierig naar zijn en waarin we onze energie kwijt kunnen.
En juist die dingen kunnen óók bijdragen aan herstel.
Waarom actief ontspannen soms beter werkt dan stilzitten
Ontspannen betekent niet automatisch stilzitten. Een activiteit waar je plezier uit haalt kan juist helpen om je aandacht te verleggen, je lichaam te gebruiken en op een andere manier tot rust te komen.
Dit wordt trouwens ook regelmatig tegen mij gezegd. “Doe je niet te veel?” “Pas je wel op dat je het niet te druk krijgt?”
En ik snap waar het vandaan komt. Ik ben graag bezig. Maar voor mij kan een nieuw recept uitproberen, wat rommelen in huis of in de tuin, sporten of iets nieuws leren juist ontzettend ontspannend zijn.
Niet omdat ik mezelf opjaag. Niet omdat het van mijn to-dolijst af moet. Maar omdat ik het leuk vind.
Ik kan precies dezelfde activiteit vanuit twee totaal verschillende toestanden doen. Ik kan door mijn huis heen razen omdat alles schoon móét voordat ik wegga. Of ik kan op mijn gemak een kast uitzoeken omdat ik daar op dat moment zin in heb.
De activiteit lijkt misschien hetzelfde, maar de manier waarop ik hem ervaar is compleet anders.
En dát is voor mij een belangrijk onderdeel van balans.
Wat kun je doen als je moe bent en weinig energie hebt?
Als je moe bent, is de oplossing dus niet automatisch om meer te rusten óf juist meer te gaan doen. Kijk eerst naar wat je energie kost, waar je van herstelt en welke activiteiten je juist plezier, uitdaging of voldoening geven.
Daarom vind ik het jammer dat we bij vermoeidheid en stress zo snel roepen dat iemand minder moet doen. Want voor sommige mensen is dat precies wat ze nodig hebben. Maar voor anderen kan nóg minder doen ervoor zorgen dat ze juist verder wegzakken.
Minder uitdaging. Minder plezier. Minder beweging. Minder sociale contacten. Meer tijd om te piekeren en meer aandacht voor ieder signaal van vermoeidheid.
De vraag zou daarom niet alleen moeten zijn:
“Doe ik te veel?”
Misschien moeten we onszelf ook wat vaker afvragen:
“Doe ik genoeg van de dingen waar ik van ga leven?”
Waar word je nieuwsgierig van? Waar kun je lekker je energie in kwijt? Waar vergeet je even de tijd door? Waar word je fysiek of mentaal op een fijne manier door uitgedaagd?
En misschien nog wel de belangrijkste vraag: welke dingen doe je nu niet meer omdat je bang bent dat ze te veel energie kosten?
Hoe vind je de balans tussen inspanning en herstel?
Een gezonde balans betekent niet dat je zo min mogelijk doet. Het betekent dat inspanning en herstel elkaar kunnen afwisselen en dat je voldoende belastbaar bent om de dingen te kunnen doen die voor jou belangrijk zijn.
Je hoeft jezelf niet uit te putten om je beter te voelen. Maar je hoeft jezelf ook niet voortdurend te beschermen tegen vermoeidheid.
Je lichaam is gemaakt om gebruikt te worden. Je brein heeft prikkels en uitdaging nodig. En soms is een middag rommelen in de tuin precies het soort “rust” dat je nodig hebt.
Niet minder doen om minder moe te worden. Maar leren herkennen welke dingen je uitputten én welke dingen je juist opladen.
Want balans betekent niet dat je zo min mogelijk doet. Balans betekent dat je voldoende kunt inspannen, voldoende kunt herstellen en een leven leidt waar je ook daadwerkelijk energie van krijgt.