Zoals ik eerder schreef: ik leef niet naar mijn cyclus. Ik leef naar wat ik nodig heb. En ja, dat komt vaak overeen met mijn cyclus. Maar dat betekent niet dat ik mijn hele leven aanpas aan hoe ik me voel.
Wat veel mensen denken: “Als ik naar mijn cyclus leef, moet ik rust nemen als ik me moe voel.” Klinkt logisch. Maar in de praktijk gebeurt vaak dit: je voelt je moe, je agenda zit vol, en je denkt dat het niet klopt. Frustratie → stress. En precies dat is het probleem.
Je leven stopt niet omdat jij minder energie hebt. Ik kan mijn agenda niet elke keer leeggooien als ik behoefte heb om me terug te trekken. Dus wat doe ik wél?
Als ik merk dat ik wat meer naar binnen keer, dan laat ik dat toe binnen mijn mogelijkheden. Ik lunch dan liever alleen, geef thuis aan dat ik even tijd voor mezelf nodig heb en pak 10 minuten rust als ik ergens op moet wachten. Zonder telefoon, zonder afleiding. Geen grote veranderingen, maar precies genoeg om mijn systeem te laten schakelen.
Hetzelfde geldt voor trainen. Merk ik dat een training zwaarder voelt dan normaal? Dan stel ik mezelf één eerlijke vraag: is dit wat mijn lichaam nodig heeft, of zoek ik een uitweg omdat het oncomfortabel is? Dat verschil is cruciaal. Aanpassen is slim, maar jezelf sparen uit gewoonte houdt je klein.
Wat ik veel zie, is dat vrouwen hun cyclus te letterlijk nemen. “Het is dag 27 dus ik ben moe” of “dus ik heb trek in chocola.” En voor je het weet ga je je gedragen naar wat je denkt dat klopt, in plaats van te voelen wat er echt speelt.
Niet elke dag 27 is hetzelfde. Je lichaam is geen spreadsheet.
Ja, je cyclus is waardevol. Maar gebruik het als achtergrond, niet als regelboek. Check eerst in hoe je je voelt, pas kleine dingen aan waar dat kan en blijf eerlijk naar jezelf. Gebruik je cyclus om te begrijpen, niet om te sturen.
Het draait niet om perfect leven naar je cyclus, maar om flexibel omgaan met wat je lichaam aangeeft. Zonder stress, zonder regels, zonder dat je jezelf vastzet.