Als je snel overprikkeld raakt, is het logisch dat je wilt weten wat je kunt doen om dat gevoel zo snel mogelijk kwijt te raken.
Even ademhalen. Een oefening. Minder prikkels. Een supplement. Het liefst iets wat ervoor zorgt dat je je binnen vijf minuten weer rustig voelt.
En laten we eerlijk zijn, dat zou ook gewoon heel fijn zijn.
Alleen is overprikkeling meestal niet zo simpel.
Overprikkeling gaat niet alleen over hoeveel geluid, mensen of andere prikkels er op één moment om je heen zijn. Hoe belastbaar je op dat moment bent, speelt óók een rol.
En precies daarom vind ik het belangrijk om niet alleen te kijken naar: hoe krijg ik die overprikkeling weg?
Maar ook naar: wat maakt dat mijn systeem op dit moment zo weinig kan hebben?
Wat gebeurt er bij overprikkeling?
Je brein krijgt de hele dag informatie te verwerken. Geluiden, gesprekken, beeldschermen, gedachten, taken, emoties en alles wat er om je heen gebeurt.
Hoe je daarop reageert, is niet iedere dag hetzelfde.
Onderzoek laat bijvoorbeeld een verband zien tussen stress en sensorische verwerking. Ook weten we dat onvoldoende slaap invloed heeft op aandacht en cognitief functioneren.
Dat betekent niet dat vermoeidheid of stress dé oorzaak is van iedere vorm van overprikkeling.
Wel betekent het dat het te simpel is om alleen naar de prikkel zelf te kijken.
Een druk restaurant kan de ene dag prima gaan en een andere dag verschrikkelijk voelen.
De omgeving is misschien hetzelfde. Maar jij bent dat niet.
En dat is precies een puntje wat vaak gemist wordt.
De vraag is dus niet alleen hoeveel prikkels je aankunt, maar ook hoeveel ruimte je lichaam krijgt om tussendoor van die belasting te herstellen.
Het gaat niet alleen om de overprikkeling, maar ook om hoe jij herstelt van prikkels.
Overprikkeling voorkomen begint niet pas als je overprikkeld bent
Dit is iets wat ik ook veel terugzie in mijn werk.
Mensen denken dat ze ineens overprikkeld raken door een afspraak, een drukke ruimte of geluid. Maar als we verder kijken, blijkt regelmatig dat ze al langere tijd moe zijn, weinig echte pauzes nemen of continu van het ene naar het andere gaan.
Die drukke ruimte is dan misschien niet het begin van het probleem.
Het is het moment waarop je merkt dat je weinig ruimte meer over hebt.
Daarom geloof ik niet zo in één wondertruc tegen overprikkeling.
Oefeningen kunnen absoluut helpen om tot rust te komen. Maar een oefening van vijf minuten kan niet altijd compenseren voor dagen of weken waarin herstel structureel te weinig ruimte heeft gekregen.
Daarom kijk ik liever eerst naar de basis.
Wat heeft je lichaam in de basis nodig?
We maken herstel soms ontzettend ingewikkeld.
We zoeken naar supplementen, routines, methodes en allerlei manieren om ons zenuwstelsel te “reguleren”.
Terwijl een veel minder spannende vraag vaak interessanter is:
Hoe ziet je basis eruit?
Slaap en herstel je voldoende? Beweeg je? Kom je buiten? Eet je op een manier waarop je je goed voelt? Neem je daadwerkelijk pauze? Wissel je inspanning en ontspanning af? En herken je de eerste signalen dat je belastbaarheid afneemt?
En als ik daarover begin is vaak het antwoord: daar heb ik geen tijd voor.
En dan weet ik genoeg. Niet omdat ik denk dat mensen niet willen, maar omdat ze simpelweg te veel aan staan om de ruimte die ze hebben te kunnen zien.
Want wanneer je door de dag heen weet hoe je voor jezelf zorgt, scheelt het in de avond zeeën van tijd om te kunnen ontspannen.
Hoe harder jij overdag doorrent, hoe meer tijd het ’s avonds kan kosten om af te schakelen. En laat dat nou net niet in de agenda passen.
Ook één van mijn valkuilen en daarom weet ik als geen ander hoe het is om te snel te gaan en te weinig tijd in de dag te hebben.
Maar ik heb ook geleerd hoe je dit slim doet. Gewoon door het in je dag te passen.
Zo zorg ik zelf voor die basis
Mijn eigen aanpak is eigenlijk behoorlijk eenvoudig.
Ik probeer mijn ochtend niet direct vanuit haast te beginnen. Ik sta ongeveer rond dezelfde tijd op en beweeg graag even buiten. Soms is dat tien minuten, soms een half uur.
Juist wanneer het druk is, probeer ik dat moment niet meteen te schrappen. Soms sta ik een kwartier eerder op om die ruimte te houden.
Ook mijn pauze probeer ik daadwerkelijk als pauze te behandelen. Dus niet eten terwijl ik ondertussen mails beantwoord. Niet snel dat ene appje sturen of toch nog even bellen. Geen overleg tijdens die pauze. Twintig tot dertig minuten niet werken.
Daarnaast let ik op wat ik eet. Niet omdat er één perfect voedingspatroon tegen overprikkeling bestaat, maar omdat ik heb geleerd dat wat ik eet en drink invloed kan hebben op hoe ik me voel.
Ik weet bijvoorbeeld dat ik zelf gevoelig kan reageren op koffie en dat bepaalde combinaties mij onrustiger kunnen laten voelen. Dat is mijn persoonlijke ervaring, niet een voedingsregel die voor iedereen geldt.
Het gaat erom dat je jouw eigen patronen leert herkennen.
Wacht niet tot alles te veel is
Dit is voor mij misschien nog belangrijker dan alle bovenstaande punten.
Probeer je eigen vroege signalen te leren kennen.
Overprikkeling hoeft niet van 0 naar 100 te gaan.
Misschien merk je eerder al dat je sneller geïrriteerd raakt. Dat geluiden harder binnenkomen. Dat je concentratie afneemt. Dat je gaat rommelen of van het ene naar het andere springt.
Voor mij zijn dat signalen om te kijken naar wat er speelt.
Niet alleen: hoe krijg ik dit gevoel weg?
Maar:
Waar heb ik de afgelopen dagen te weinig van gehad?
En:
Waar heb ik nu behoefte aan?
Soms is dat rust. Maar lang niet altijd.
Ik kan bijvoorbeeld al weken denken dat ik mijn kast wil opruimen en het steeds uitstellen. Dan kan het voor mij juist fijn zijn om eindelijk één la te doen.
Of ik merk dat ik al tijden wil rolschaatsen en daar steeds geen ruimte voor maak. Dan probeer ik dat alsnog te doen.
Niet omdat rolschaatsen een behandeling tegen overprikkeling is.
Maar omdat herstel voor mij ook betekent dat ik ruimte maak voor dingen waar ik behoefte aan heb.
Gewoon even iets doen, uit mijn hoofd, lachen, ontspannen, klieren en klooien.
Maar wat als je dan tóch overprikkeld bent?
Dat kan gebeuren. Sterker nog, ik denk dat wanneer het nooit gebeurt je ook niet weet waar je grens ligt. Door er weer een keer overheen te gaan ontdek je dat die grens misschien wel verder ligt dan je dacht.
Belangrijker nog: het leert je weer te herstellen.
Want juist op dat moment leer je hoe jij het beste herstelt door te kijken naar wat je de afgelopen tijd hebt gedaan en waar je behoefte aan hebt.
Heb je een non stop volle agenda, slaap je te kort, weinig of slecht? Heb je lekker veel etentjes en borrels gehad en iets te weinig brandstof getankt?
Of ging je juist als een speer en vergat je af en toe om even stil te staan?
Het is niet altijd hetzelfde antwoord. En daarom is er ook niet één oefening of één truc die je altijd kan toepassen. Het ligt aan wat jij op dat moment nodig hebt.
Een oefening kan daar onderdeel van zijn, maar daarnaast is het ook goed om te kijken wat je te herstellen hebt.
De waarheid over overprikkeling is minder sexy
Er is voor zover we weten geen universele truc waarmee iedereen overprikkeling binnen vijf minuten kan oplossen. En ergens is dat misschien slecht nieuws.
Want het betekent dat je niet één truc hoeft te leren en daarna klaar bent.
Het betekent dat je jezelf moet leren kennen.
Dat je moet ontdekken welke signalen jouw lichaam geeft, wat jouw belastbaarheid beïnvloedt en wat jij nodig hebt om voldoende te herstellen.
Daar kun je absoluut hulp bij krijgen.
Maar uiteindelijk vindt een groot deel van dat herstel plaats in je dagelijkse leven.
In hoe je slaapt.
Hoe je eet.
Hoe je beweegt.
Hoe je pauzeert.
Hoeveel je van jezelf vraagt.
En hoe snel je luistert wanneer je merkt dat het te veel begint te worden.
We zoeken soms naar ingewikkelde oplossingen voor iets waarbij de basis ondertussen ontbreekt.
Dus voordat je op zoek gaat naar de volgende hack tegen overprikkeling, zou ik beginnen met een veel simpelere vraag:
Wat heeft mijn lichaam in de basis nodig, en krijgt het daar op dit moment genoeg van?
Misschien is dat minder spectaculair dan een quickfix.
Maar het is wel een veel interessantere plek om te beginnen.
Waar raak jij uit balans?
Misschien lees je dit en denk je: oké, maar waar moet ík dan beginnen?
Want weten dat je meer herstel nodig hebt is één ding. Weten wat jou uit balans brengt en waar je op dit moment het meeste op leegloopt, is iets anders.
Misschien slaap je al langere tijd niet goed. Misschien sta je de hele dag aan en neem je nauwelijks echte pauzes. Misschien zit je agenda zo vol dat je pas ’s avonds merkt hoe moe je eigenlijk bent. Of misschien zijn er andere factoren die ervoor zorgen dat je steeds minder kunt hebben.
Daarom heb ik de stresscheck gemaakt.
Met deze check kijk je breder naar de factoren die jou uit balans kunnen brengen en krijg je meer inzicht in waar voor jou ruimte zit om iets te veranderen.
Wil je ontdekken waar jij kunt beginnen?